Donderdagavond zat ik als inwoner van Apeldoorn te luisteren naar het raadsdebat over Hotel Oranjeoord. Wat mij raakte, was niet alleen de inhoud, maar het gevoel dat eronder lag: een ongemakkelijke spanning tussen willen helpen en goed handelen. Tussen doen en nadenken. Tussen haast en zorg.
Het raakt aan de vraag hoe wij als gemeenschap in de wereld staan.
Wij leven in een tijd waarin snelheid vaak wordt verward met betrokkenheid. Wie snel beslist, lijkt moreel alert; wie vertraagt, wordt al snel gezien als terughoudend. Ook hier was er urgentie. Vluchtelingen die een veilige plek nodig hebben. Schaarse locaties. Concurrentie van andere partijen. De tijd drong, en niemand wilde toekijken hoe de aankoop tussen wal en schip zouden vallen.
Dat verlangen om te helpen is oprecht. Het verdient erkenning.
Maar zorg — echte zorg — is meer dan handelen onder druk. Zorg betekent ook: aandachtig zijn voor wat er ís. Voor de werkelijkheid zoals die zich aandient, niet zoals we haar graag zouden zien. En precies daar lijkt het mis te zijn gegaan.
Een gebouw kopen zonder vooraf echt te weten wat het vraagt. Geen volledige technische schouw. Onvoldoende rekening gehouden met veranderde stikstofregels. Onjuiste plattegronden. Installaties en brandveiligheid die tekortschieten. Dit zijn geen randzaken. Dit zijn tekenen dat we vooruit zijn gegaan zonder werkelijk aanwezig te zijn bij de situatie.
Alsof het doel — helpen — zo dominant werd, dat de weg ernaartoe uit beeld raakte.
Wat hier zichtbaar wordt, is iets wat we allemaal herkennen: wanneer de druk hoog is, vernauwt onze blik. We raken gevangen in wat “moet”, en verliezen uit het oog wat “nodig” is. Dan handelen we wel, maar niet meer in volle verantwoordelijkheid. Niet vanuit zorg, maar vanuit voortgang.
Juist daarom vond ik het raadsdebat hoopgevend. Vrijwel een groot deel van raad, van links tot rechts, liet zien dat politiek ook iets anders kan zijn dan strijd. De brede steun voor de motie van afkeur voelde niet als een veroordeling, maar als een moment van gezamenlijke bezinning. Alsof de raad even stil durfde te staan en zei: zo willen we het niet laten gebeuren.
Afkeuring kan ook zorg zijn. Niet de zorg die afbreekt, maar de zorg die begrenst. Die zegt: hier moeten we opnieuw kijken. Opnieuw verstaan wat er van ons gevraagd wordt.
Voor mij vraagt dit dossier om twee bewegingen. Ten eerste: een onafhankelijke evaluatie van het hele aankoopproces. Niet om schuld vast te pinnen, maar om inzicht te krijgen. Om te begrijpen hoe goede intenties kunnen ontsporen wanneer aandacht ontbreekt. Ten tweede: open, eerlijke communicatie met de bewoners van Hoog Soeren. Want samenleven betekent ook: niet over mensen beslissen, maar mét hen spreken.
Uiteindelijk gaat dit niet alleen over Hotel Oranjeoord. Het gaat over hoe wij omgaan met verantwoordelijkheid in een wereld die steeds sneller lijkt te draaien. Over de vraag of we ons laten meeslepen door urgentie, of dat we de moed hebben om te vertragen — juist wanneer het moeilijk is.
We zijn als gemeenschap altijd al met elkaar verbonden. In keuzes, in gevolgen, in verantwoordelijkheid. Niemand staat hier buiten. Daarom geloof ik dat we dit kunnen herstellen. Niet door elkaar vast te zetten in gelijk en ongelijk, maar door opnieuw zorg centraal te stellen: zorg voor mensen, voor middelen, voor de plek waar we samen leven.
Misschien is dat wel de echte opdracht: leren handelen zonder onze aandacht te verliezen. Helpen zonder de werkelijkheid te overslaan. Besluiten nemen die we later niet hoeven te rechtvaardigen, maar kunnen begrijpen.
Ik ben benieuwd hoe jij dit ervaart. Voel jij ook die spanning tussen handelen en bezinnen? Tussen haast en zorg?
Plaats een reactie