Yael Davids

Toen ik voor het eerst van mijn leven een officiele verbintenis met een galerie aanging was dat voor mij een grote gebeurtenis, daar hoorde voor mij een ring bij. Het werd een zilveren ring die ik vijftien jaar lang met trots heb gedragen. Aan de binnenkant stond erin gegrafeerd: ‘Galerie van Gelder’. Ik was trots als een aap met zes lullen.

Een eenzijdige totale liefdesverklaring, het voelde voor mij op dat moment heel vanzelfsprekend. Pas jaren later, in therapie, begreep ik dat daar ook een andere uitleg aan kon worden gegeven. Inmiddels is die verbintenis allang in onderlinge overeenstemming ontbonden, maar je eerste galerie blijft iets bijzonders, die plek neemt geen andere galerie ooit meer in.

De prijslijst van Yael Davids, geborduurd met haar eigen haren is misschien op eenzelfde manier een uiting van eenzijdige aanhankelijkheid aan het kunstsysteem en er daarmee tegelijkertijd een commentaar op.

Yael Davids, ‘Prijslijst’, 2005
Embroidered hair and inkjet print (reverse)

Ze zegt: “Dit is mijn werk en dit kost het.” En om dat nog extra kracht bij te zetten borduur ik de tekst met mijn eigen haren. Soms heeft zelfs de zakelijke werkelijkheid een extra zetje nodig van de kunstenaar, heeft ook die kant van de zaak blijkbaar de verdichting van de kunstenaar nog nodig.

In de onleesbaarheid van de letterlijke tekst laat het iets anders juist heel duidelijk lezen: “Ik ben kunstenaar en ik zet daarvoor mijn lijf en leden in, ik ben kunstenaar met huid en haar.”

Werk van Yael Davids in ‘The Future is Female’

Misschienis het ergens een mooie vorm van onvermogen, zoals ik die althans bij mezelf heb ontdekt. Te veel van jezelf willen geven om te laten zien dat je het meent, dat je investering in het kunstenaarschap echt is, alsof dat nog moest worden bewezen.

Zelf heb ik inmiddels die blinde ambitie laten varen. Het heeft me jaren tijd gekost om haar los te laten, mezelf daarin te sparen, maar ik begrijp en voel die vurige ambitie in dit werk van Yael Davids, een prachtig pijnlijk werk.

Soms geef je als kunstenaar meer weg dan je je uiteindelijk kunt veroorloven, sta je emotioneel een tijdje rood. Geeft niks hoor, komen we wel overheen, maar tot die tijd is het voorlopig wel zo.

Yael Davids, ‘Learning to imitate in abesentia’, 2011
16th. century Korean dish, glazed ceramics, gold, steel, part of script of performance.

Van een ander soort kwetsbaarheid is het tweede werk wat we hier van Yael laten zien. Kintsukuroi heet het eeuwenoude Japanse ambacht om gebroken aardewerk te restaureren. De breuken blijven zichtbaar, worden zelfs verguld om ze zichtbaarder te maken. Ze worden binnen deze traditie gezien als verrijking van het voorwerp. Het leven is eroverheen gegaan en dat mag je ook best zien.

Karakter toont zich in beschadiging, meestal meer dan in perfectie. Leonard Cohen zong het ooit mooi: “There is a crack in everything, that’s how the light gets in.”

Onderdeel van de tentoonstelling ‘The Future is Female’ bij Parts Project, Den Haag 2018, een tentoonstelling met werk van 13 kunstenaars en teksten van Twan Janssen. Curator: Francis Boeske.

Please follow and like us:
onpost_follow

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *