Ugo Rondinone

Ik ben terechtgekomen in de gelukkige omstandigheid dat mijn omgeving me altijd geaccepteerd hebben voor wie ik ben. Dat was zeker geen vanzelfsprekendheid. Een heel klein dorp in het zuiden en ik was er heel vroeg bij.

Bij mijn weten is de enige persoon die ik mogelijk gekwetst heb met mijn homosexualiteit Roos geweest, een meisje dat wilde schuifelen op het schoolfeest op de havo. Dat ‘Nee’ was waarschijnlijk niet zo aardig, maar Robert was in z’n eentje aan het schuifelen en aan dat beeld had ik even meer dan genoeg.

Ik was (zo bleek) de eerste openlijke homo op de middelbare school van 1500 leerlingen. Dat had helemaal mis kunnen gaan, maar dat ging wonderwel goed. Ik heb me met woorden altijd wel kunnen weren, dus daar lag voor mij de redding. 

De populairste jongen van de klas zei het zo hard dat iedereen het wel moest horen: ‘Volgens mij ben jij gewoon een nicht.’

Maatschappijleer, dus niemand had verder iets te doen, ons gesprek had de aandacht van de hele klas. Hij had het al een paar keer eerder gezegd, dus het was nu erop of eronder.

‘Het houdt je nogal bezig he?’

‘Je bent een homo, toch?’

‘René, je hoeft je geen zorgen te maken, ik val alleen op knappe jongens.’ Dat klinkt nu misschien stoer en zelfverzekerd, maar ik scheet natuurlijk stiekem zeven kleuren.

Het bleek mijn redding, ik had de lachers op m’n hand. De laatste twee jaren op die school hadden er heel anders uit kunnen zien, maar door dat ene moment verloor iedereen zijn interesse in de kwestie, of had door dat er niet zoveel eer aan te behalen viel, temeer omdat ik er in één klap zes beste vriendinnen bij kreeg. De jongens leken het niet helemaal te snappen, maar ze lieten me met rust.

Dat sloeg zelfs nog een halve week om in een soort van respect toen ik in de schoolmusical van dat jaar de rol van een punker speelde die homo was, toen was ik zelfs twee dagen een soort van cool. Ging ook best snel weer over hoor, maar goed.

Het punt is dat ik geluk heb gehad, en dat niet iedereen dat heeft. Ik heb het geluk gehad ouders te hebben die me accepteerden zoals ik was, ook al kwam ik uit de kast in een klein dorp op mijn veertiende. 

Ze hebben nooit gezegd ‘Je bent te jong, dat kun je nog helemaal niet weten’, terwijl ik me zelfs afvraag of ik nu die onvoorwaardelijke liefde in de vorm van vrijheid en vertrouwen op die leeftijd al weg zou kunnen geven.

Bij mijn ouderlijk huis hoeft de Regenboogvlag niet uit, want ik weet precies hoe ze erin staan, maar ik vind het prachtig om te zien dat talloze gemeentehuizen, scholen, kerken en bedrijven in deze dagen hun gelofte hernieuwen en laten zien dat ze het menen: ‘Je mag zijn wie je bent. Je doet ons er helemaal niets mee aan.’

Veel mensen die een beetje anders zijn leven jaren in de kast. Daarom kleden ze zich ook zo goed, ze hebben ruim de tijd gehad om alles te passen en te combineren. 

Ik ben een lousy dresser. Nu weet je hoe dat komt.

Ugo Rondinone
“Vocabulary of Solitude”



Please follow and like us:
onpost_follow

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *