Konrad Klapheck

Ze kan het duidelijk allemaal niet meer zo goed bijhouden, de veranderingen die er bijna maandelijks plaatsvinden. Ze is waarschijnlijk de meest seniore medewerkster van de Dirk waar ik bijna dagelijks kom, en niet mijn meest favoriete.

Daar kan ze niet zoveel aan doen, maar bij haar in de rij voor de kassa staan duurt al snel twee keer zo lang als bij een jongere collega. Zeker twee keer per week hoor ik het haar mompelen, met haar kenmerkende vertwijfelde chagrijn: ‘Ik ben geen robot..’

Ik moest daar eerst verbaasd om grinniken, maar het moet zwaar zijn voor haar om dag in dag uit je werk te moeten doen en constant het gevoel te hebben dat je het niet meer kunt bijbenen.

De zelfscankassa en sinds deze week ook nog de Dirk app waarmee je als klant in de winkel je spullen al kunt scannen en betalen. En alles heeft natuurlijk zijn eigen regels en uitzonderingen, en die moet je als medewerker allemaal kennen. En die moet je allemaal paraat hebben, want we hebben natuurlijk geen uren de tijd..

De schilderijen van Konrad Klapheck heb ik altijd fascinerend gevonden. Met een schijnbaar afstandelijke precisie geven ze machines en hulpmiddelen weer die het gemak van de mens zouden moeten dienen.

Ik kwam er nooit achter wat zijn standpunt ten opzichte van die modernisering nou eigenlijk was, al geven de titels van de werken een vaak niet zo subtiele hint.

Een van zijn meest beroemde serie werken is die uit de late jaren ‘50 (van de vorige eeuw, hoort daar geloof ik inmiddels achter): typemachines en calculators.

Dat is ongeveer de tijd waarin ik me voorstel dat de dame achter de kassa met haar eerste vriendje naar de bioscoop ging, of ging dansen. Alles in het nette natuurlijk, met tussen hen in altijd genoeg ruimte voor de Heilige Geest.

Klapheck leeft nog en hij schildert tegenwoordig portretten van zijn vrienden en bekenden. Misschien zit daar voor hem een antwoord in. Ik hoop maar dat zij snel van haar pensioen kan gaan genieten, zodat de dingen die ze dagelijks doet ook een beetje de menselijke maat aan kunnen gaan nemen en haar eigen tempo in haar eigen leven weer leidend wordt.



Konrad Klapheck, ‘Der Wille zur Macht.’ 1959

Tino Sehgal

Het is de eerste maandag van de maand, 12:00 uur blijkbaar. Vanuit de stad klinken sirenes, eerst dichtbij, dan ook van verder weg gelegen stadsdelen. Een maandelijkse test om te zien of ze nog naar behoren functioneren.

Ik geloof niet in toeval, ik heb het nut er nooit zo van ingezien, dus het feit dat vanaf vandaag ‘This Variation’ van Tino Sehgal weer gepresenteerd wordt in het Stedelijk heeft met toeval denk ik niets te maken.

Waar we de meeste kunstwerken beleven doordat ze een gedachte weergeven in materiaal heeft Sehgal zijn hele praktijk ontdaan van alle materie. Zijn performances worden uitgevoerd door dansers, acteurs of zangers aan de hand van orale overdracht, lessen zo je wilt.

De werken worden niet gedocumenteerd, zelfs de verkooptransactie van een werk gaat mondeling, zonder contract.

Geheel in de geest van zijn kunstenaarschap ga ik er verder niets over zeggen. Het is in mijn ogen een van de beste hedendaagse aankopen die het museum had kunnen doen.

Vanaf nu is deze performance weer te zien in het Stedelijk, en ik durf er zelfs eigenlijk niet heen. De vorige keer dat ik het werk beleefde was zo overrompelend dat de ervaring nu bijna wel moet teleurstellen.

Maar we gaan het wel doen natuurlijk, vanmiddag nog. Een uitgelezen kans om te testen of al je menselijke gevoelens nog werken. Dan weten we dat ook weer, en dan kunnen we daarna ook gewoon weer verder.

Tino Sehgal
‘This Variation’, 2012
Stedelijk Museum, Amsterdam
T/m 3 maart.

Peter Paul Rubens

Stel, je hebt een uitkering, de maatschappij heeft even geen geld over voor jouw kwaliteiten. Je bent jarenlang opgeleid voor een vak waar nu geen vraag naar is, of je bent wegbezuinigd door inkrimping, automatisering of privatisering, waardoor winst in de maatschappij de enige norm lijkt te zijn geworden.

In ruil voor je uitkering moet je voortdurend beschikbaar zijn. Iedere dag van je leven is eigenlijk een lening, want je leeft nog dankzij de Staat, die je hier dan ook constant aan herinnert.

Het Koningshuis wordt bekostigd door ons allemaal, maar de bezittingen die zij met dat geld vergaren zijn daarna privé eigendom, en daar heeft dan blijkbaar niemand meer iets mee te maken, dat maken ze allemaal zelf wel uit, en ze betalen geen cent belasting.

Zo kon het dus gebeuren dat een tekening van Peter Paul Rubens in Londen op de veiling kwam, terwijl ze voor het Boijmans een topstuk in hun Rubenscollectie zou vormen. Een kunstwerk van ons allemaal, onderdeel van ons nationaal erfgoed, verkwanseld aan de hoogste bieder in het buitenland.

De tekening was eigendom van Prinses Christina, via generaties aan haar overgeleverd. De eerste bezitter was de latere Koning Willem II, die ook leefde van een staatstoelage. Het werk was dus gewoon van ons, van Nederland, want het is met staatsgeld verworven.

Het is al erg genoeg dat Christina niet de beleefdheid had om een Nederlands museum de kans te geven het werk voor Nederland te behouden, het ergste vind ik dat de Vereniging Rembrandt nog heeft meegeboden op de veiling en achter het net viste, haar bod werd overboden. De (private) Vereniging Rembrandt ondersteunt aankopen die Nederlandse musea zich niet alleen kunnen veroorloven.

Het hoogste gezamenlijk bod van het Boijmans, de Vereniging Rembrandt en de Nederlandse staat bleek niet hoog genoeg. De winst heeft dus gewonnen, het werk is naar het buitenland en het komt ook nooit meer terug.

Prinses Beatrix is overigens beschermvrouwe van de Vereniging Rembrandt, maar dat even terzijde..

De één wordt huisjesmelker, de ander neemt steekpenningen aan. Weer een ander is grootaandeelhouder van Shell en Christina verkoopt schaamteloos ons cultureel erfgoed aan de hoogste bieder.

En het Land betaalt alles zonder morren, want het is natuurlijk wel het Koningshuis. Er worden geen vragen door de Politiek gesteld want ja, dat doe je niet. Want ja, het Koningshuis.

Ik krijg daar jeuk van op plekken waar ik niet kan krabben. Een republiek is ook een poppenkast, ik ben niet helemaal achterlijk, maar volgens mij wint de gedachte aan die staatsvorm voor mij wel langzaamaan terrein.

En dan heb ik nog niet eens iets met Rubens.

Peter Paul Rubens