Kohei Nawa

Vijftig inmiddels, dus hoera, maar in mij wonen nog alle eerdere versies van mezelf, en ik groet ze iedere dag.

Dag jongetje van twee, ik begrijp je verdriet nog niet zo lang, en ik vrees dat ik je niet kan helpen. We spreken niet meer dezelfde taal, ik ben die taal verleerd, je eenzaamheid en pijn zijn echt, maar ik kan er niet zo veel meer mee.

Dag puber die het allemaal al snapt en in z’n hoofd al heeft verbeterd. Ik gun je de wereld, maar je zult haar niet krijgen als gelijk hebben vooral is wat je nodig hebt, en wees eens niet zo’n klootzak.

Dag man van dertig, vol ambities, met zekerheden die straks niet meer kloppen. Dit gaat ‘m niet worden. Geniet ervan zo lang het duurt.

Ze staan in de rij als ik ‘s ochtends wakker word. Soms staan ze te dringen en soms hebben zelfs zij geen zin in mij, wat ik dan ook wel weer heel goed snap.

Ik heb dat ook wel, van die dagen, dat ik geen zin heb in mezelf. Dat ik de uitnodiging om ‘s ochtends m’n ogen te openen het liefst zou doorgeven aan een ander, die haar wel op waarde schat.

Ik ben niet heel veel beter nu dan iedere vorige versie van mezelf. In de kern ben ik nog steeds hetzelfde jongetje, maar een upgrade van een jongetje maakt van mij nog niet een man. Dus we lopen met z’n allen als een logge groep wat rond en maken er met elkaar vrij onhandig uiteindelijk maar het beste van.

En alles wat ons pijn deed heeft ons gevormd tot wie we zijn. Verlatingsangst, liefdesverdriet, rouw, met uitzicht op het einde van het feestje als het net gezellig dreigt te worden.

Bijgestelde ambities, ontnuchterende inzichten, je kijk op Liefde bijgesteld. Ik ga er van uit dat ik aan het einde alles pas begrijp, maar juist dan heb ik er niet zo veel meer aan, is het niet meer zo hard nodig.

Er is geen andere kennis dan zelfkennis, en leven is voor helden. We sterven zodra we helden zijn, als we snappen hoe het zit.

De zoektocht naar geluk rijmt op de jacht op een schuw hert. De ene keer stapt het kind op een tak, de andere keer moet de veertiger niezen. Of de man die ik nu blijkbaar ben kan z’n mond weer eens niet houden, in alle gevallen is het hert er inmiddels allang vandoor.

We reizen in groepen, al zijn we alleen, iedere vorige versie van onszelf loopt vlak achter ons aan. Herten doen dat beter, ze leven in het moment. Dat maakt ze wendbaar en alert.

Geluk laat zich misschien alleen maar vangen in een onbewaakt moment. Bijvoorbeeld zo ‘s ochtends voor de spiegel bij het scheren, als je al helemaal vergeten was dat je geluk ooit had besteld.

Kohei Nawa, ‘Pixel Deer’, 20014

Please follow and like us:
onpost_follow

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *