Kiki Lamers

Kiki Lamers – Noir

Het Wit is een meegaande bruid. Bij menging met een andere kleur neemt ze direct de nieuwe kleurnaam aan. Bij de kleinste druppel Zwart noemt ze zich al Grijs, wit heeft weinig ego.

De Tijd is een ontrouwe minares. Wie we zien op oude foto’s van onszelf zijn we zelf allang niet meer. Niet alleen onze levens zijn veranderd, ook alle cellen van ons lichaam vernieuwen zich doorlopend, zijn ons niet blijvend trouw

‘Noir’ van Kiki Lamers bestaat uit een verzameling beelden, fotografische etsen gedrukt op handgeschept papier, tesamengebonden als rudimentair boek. De beelden zijn gekozen uit een uitgebreid persoonlijk archief, op een enkele uitzondering na door haarzelf gefotografeerd. De beelden hebben jaren rust gehad, hun privé betekenis is bestorven.
‘Daar heb ik toen gelopen en dit is wie we zijn geweest. Hier zie je het oog van mijn eerste zoon. Dit is uit die film, mijn idee van romantiek als meisje, en dit is toen we daar vertrokken en hier zijn we alweer bijna hier.’

Wat na een aantal jaren overblijft van een beeld -waarin het meer is dan een herinnering- is de glans van het bijzondere op het alledaagse, het mysterie van de eeuwigheid die het tijdelijke kort bezoekt.

In het wit buiten de kaders woont wat buiten beeld viel, alles wat uiteindelijk geen Baken bleek. Beelden als Bakens om het leven vast te houden, van de dingen die voorbij zijn en van de dingen die nog even bleven.

Je opperhuid is nooit ouder dan 70 dagen, daarna is iedere cel vernieuwd. Al je rode bloedcellen zijn over 4 maanden weer vervangen, je skelet is nooit ouder dan een jaar of 10.
We zijn niet constant hetzelfde geheel, al zien we onszelf voor het gemak op die manier. Op een 15 jaar oude foto van onszelf zien we eigenlijk een dierbare overledene, we strooien onszelf een heel leven lang beetje bij beetje als dode cellen rond.

Dit boek is het begin van een index van een verleden, het eerste in een reeks waarvan de lengte nog niet bekend is. Binnen de kaders van het beeld wordt het geheugen gekoesterd, de opstaande rand in het Wit is de grens. Daarbuiten is de herinnering overgeleverd aan Alles. Ze valt daar eerst zachtjes uiteen in flarden en daarna ten prooi aan het Niets.

Een natuurkundige wet is dat niets ooit verloren kan gaan, alles verandert alleen in iets anders.

(‘We are Stardust, we are Golden. We are billion year old Carbon’. — Crosby, Stills, Nash & Young)

Een leven lang beoefenen we de Strooidood, de uiteindelijke herschikking van moleculen vindt pas plaats aan het eind. Ieder tijdelijk samenzijn vóór die tijd is eigenlijk niets minder dan een wonder. De samenkomst van cellen, mensen, keuzes en emoties.

‘Hier zie je mij met mijn camera, gespiegeld in het oog van mijn tweede zoon, hij kijkt met de blik van zijn Grootmoeder.’
Als voorlopige pauze de laatste adem, de bereidheid stil te zijn totdat het tijd wordt om weer iets te zeggen. Deze voorstelling is voorbij, dit boek wordt voor nu gesloten. Het toneel wordt ontruimd en klaargemaakt voor een volgende show.

Wat blijft is de Geest, de meest trouwe metgezel, zij overleeft iedere verandering. Ze zal bij het sterven als eerste verdwijnen, maar veerkrachtig opduiken in levens van anderen. Ze zal ze troosten, begeleiden, beschermen waar nodig, ook als we er zelf allang niet meer zijn. Als iedere cel van ons Zelf is gestorven zal haar stem nog steeds te horen zijn.

Niets kan ooit echt verloren gaan. Eenmaal uiteengevallen in onherkenbare elementen wordt alles weer voeding voor wat hierna nog komen gaat.

Daartussen bevindt zich de troost van het Wit, wat zichzelf bij de eerste zweem van een beeld weer Leven zal gaan noemen.

Please follow and like us:
onpost_follow

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *