Bruce Nauman

Mijn eerste stap als kunstenaar zette ik ooit op de verjaardag van mijn moeder, ik was denk ik een jaar of acht. Mijn kado was een tekening van Aladin met zijn Wonderlamp die zo goed gelukt was dat er een plekje voor werd ingeruimd op de schouw boven de haard.

Nog wekenlang stond die tekening daar, en iedereen die op bezoek kwam zei er iets aardigs over. Je voelt ‘m al: een levenslange verslaving aan aandacht was op dat moment geboren. Ik heb maar niemand verteld dat de tekening was overgetrokken, dat leek me minder relevant.

De kern liet zich dus vrij snel kennen: ik werd kunstenaar uit een behoefte me te onderscheiden. Dat ligt waarschijnlijk bij iedereen anders, bij mij lag het nou eenmaal zo. Niet de mooiste drijfveer, ik geef het onmiddelijk toe, maar soms liggen dingen nu eenmaal hoe ze liggen en je hebt niet altijd alles in de hand.

Met de jaren komt een soort van wijsheid over je eigen functioneren. Er is meer om op terug te kijken, en dus ook meer om stiekem zachtjes om te lachen. De ambitie van het jonge kunstenaarschap, de tomeloze energie, ik kan er zonder jaloezie naar kijken, ik heb die ambitie zelf al lang niet meer.

Ik wist al vroeg dat ik veel meters moest maken in de eerste jaren, omdat dit tempo voor mij niet een leven lang vol te houden was. Althans niet zonder groot succes, met de daarbij passende inkomsten en de bijbehorende aandacht.

Ik ken m’n plek misschien wat beter, en weet dat het boven altijd waait en soms behoorlijk koud kan zijn. Ik sta dan liever in de luwte, waar dezelfde zon ook heus wel schijnt. Ik ben geen zeldzame Edelweiss, eenzaam groeiend in het hooggebergte, bovendien nog winterhard. Misschien eerder zo’n bermbloem waar niemand de naam van weet of gaat onthouden.

We zijn allemaal niet zo heel verschillend, we worden nat van dezelfde regen, groeien naar dezelfde zon. Maar in het dal is het toch wat gezelliger, omdat er veel meer andere bloemen staan.

Er is geen andere kennis dan zelfkennis, en ik heb altijd onthouden dat mijn kunstenaarschap is begonnen met een overgetrokken tekening, nooit vanuit een heilig vuur. Ik kijk nu meer naar werk van anderen, en vind dat eigenlijk veel leuker dan ik ooit voor mogelijk heb gehouden.

Bruce Nauman, ‘The True Artist Helps the World by Revealing Mystic Truths’, 1967

Dat kijken naar werk van anderen en er stukjes over schrijven is misschien ook een soort van overtrekken, het voelt voor mij gek genoeg nog steeds als kunstenaarschap, voor mij ligt het in ieder geval in elkaars verlengde, misschien wel dichter bij de kern dan ooit. Dat overtrekken is kortom voor mij zo gek nog niet.

Het cirkelen rond een kern die we steeds beter leren kennen is misschien uiteindelijk wel wat het leven ons te bieden heeft.

Dat is iets wat ik eerder nog niet wist en me vanochtend vroeg bedacht. Geen flauw idee wat jullie aan dat inzicht hebben, maar goed, nu weten jullie het dus ook.

Please follow and like us:
onpost_follow

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *